Talentontwikkelingsupdate: Lotte Visser

Hoe gaat het nu met Gnaffel?

Ik krijg de vraag vaak gesteld. Op het schoolplein, de tennisbaan, in de supermarkt. Ik merk dat veel mensen meeleven met de Zwolse cultuursector en aangeven de (Gnaffel) voorstellingen te missen. Sinds kort mogen we weer voor kleine groepen spelen. Dat is fijn, maar het is lastig je aan de wisselende richtlijnen te houden. Het maakt het plannen moeilijk en vraagt om veel adhoc keuzes.

Maar om bovenstaande vraag te beantwoorden, het gaat goed met Gnaffel. Dorret, Nicolette en ik spreken elkaar wekelijks via zoom en werken achter de schermen door. De repetities voor ‘Oma, mag ik mijn pop terug?’ zijn gestart. Zaterdag en zondag 6 en 7 februari 2021 gaat deze voorstelling in reprise in de Zwolse Theaters waarna een landelijke tour volgt. Sanne van Dijk, Elout Hol en Noralie Jansen spelen in deze grappige en ontroerende voorstelling over Fien en haar oma gebaseerd op het gelijknamige boek van Mark Haayema.

Oma, mag ik mijn pop terug?
Ik verheug me enorm op ‘Oma, mag ik mijn pop terug?’. In 2015 heb ik deze voorstelling niet gezien en na het horen van de enthousiaste verhalen en het lezen van de lovende recensies, kan ik niet wachten op de première. Een reprise betekent niet dat alle plannen van 2015 uit de kast worden getrokken en we kunnen gaan knippen-plakken. Afgelopen week heb ik een nieuw PR plan versie 2.0 geschreven en ligt er een planning op tafel om mee te starten.

Subsidies en financiële zekerheid
Financieel voelt de culturele sector als een wiebelende wipwap, die je soms hoog doet opveren maar je ook hard kan laten vallen. Het zorgt ervoor dat je moeilijk plannen kan maken voor de toekomst. Constant moet je subsidies aanvragen, verantwoorden, begroten en weer aanpassen. Maar het Gnaffelteam is niet voor één gat te vangen en met Nicolette, zakelijk leider, aan boord heb ik er alle vertrouwen in dat de Gnaffelboot blijft drijven en dat we de komende tijd mooie voorstellingen gaan maken voor kleine helden die groots zijn. Dat is immers onze missie.

De eerste keer dat we weer gaan spelen is woensdag 9 december 2020 in Perron 3 in Rosmalen, dan spelen we VAN MIJ (4+). De speellijst van ‘Oma, mag ik mijn pop terug?’ staat op de website.

Ik hoop jullie binnenkort weer in de theaters te zien.

Jolanda Koopman – PR en Marketing

Illustreren op kostuums

Famke Roozen is beeldend kunstenaar en illustreerde de kostuums van de voorstelling VAN MIJ. Een samenwerking met kostuumontwerper Dorien de Jonge. Met textielverf en -stiften kreeg Famke de vrije hand om de witte kleding van de acteurs te illustreren. Daarvoor liet ze zich inspireren door gedichten van Ted van Lieshout. VAN MIJ is gebaseerd op het verzameld werk ‘Hou van mij’ van Van Lieshout.

Hoe heb je zijn gedichten verwerkt op de kleding?
‘Ik hou van het kinderlijke dat in de gedichten zit. Het vraagt om een grote fantasie en juist kinderen kunnen dat heel goed. Ik heb geprobeerd de gedichten niet letterlijk op de kleding te tekenen, maar illustraties te maken die door iedereen anders geïnterpreteerd kunnen worden.’

Kun je een voorbeeld noemen?
‘In de scene ‘Broertje’ blijft Sam alleen over met een kusje op zijn jas. Er is een omhelzing geweest en het kusje blijft alleen achter. Als hij dan geen broertje of zusje heeft dan geeft hij zichzelf maar een kusje. Zo zie ik het, maar iedereen kan dat weer anders invullen, dat vind ik juist mooi.’

Wat hoop je dat de kinderen en hun ouders in jouw illustraties zien?
‘Ik hou van dromen en het onderbewuste. Ik ben daar veel mee bezig. Juist die kinderlijke onschuld vind ik mooi. Als we ouder worden verliezen we dat een beetje. Ik hoop dat iedereen in de zaal dat weer even heeft. Gebruik je fantasie! Wat zie jij erin? Het antwoord is altijd goed.’

VAN MIJ speelt momenteel in de Nederlandse theaters. Bekijk hier de speellijst.

Broertje – Ted van Lieshout

Ik wou dat ik een broertje had, dan leerde ik hem lopen
Dan wees ik alle dingen aan en zei of hoe het heet
Dan kon ik aan hem laten zien dat ik al zoveel weet
Ik deed hem ook een luier om en gaf hem zelfs de fles
En later als hij leren moet, dan hielp ik bij de les

Ik wou dat ik een broertje had, dan leerde ik hem zingen
Ik ken nog alle liedjes die mijn moeder zong voor mij
Dan las ik hem verhaaltjes voor en tekende erbij
Dan mocht hij komen kijken hoe ik mijn konijntje voer
Dat kon als ik een broertje
had, maar ja ik heb geen broer

Ik loop alleen en wijs mezelf wel alle dingen aan
En ik zing voor me uit, dat heb ik altijd al gedaan
Maar als ik wel een broertje had, dan gaf ik hem een kus
Omdat ik heel veel van hem hield, maar ja dat kan niet dus

Ik wou dat ik een broertje had, dan kon ik met hem spelen
Dan gooide ik een bal naar hem en hij wierp hem weer terug
En als mijn broertje moe was mocht hij altijd op mijn rug
Dan zou ik voor hem zorgen, want mijn broertje was maar klein
Een grote broer moet beetje vader voor zijn broertje zijn

Ik gooi de bal omhoog en vang hem zelf maar weer op
Ik voel me vaak alleen als ik de bal de hoek in schop
Omdat ik maar alleen ben, ben ik niemands broertje dus
Ik wou dat ik een broertje had, een broertje
Of een zus

Online afstuderen tijdens corona

Online afstuderen in coronatijd. Zo hadden Lotte en Valerie het van tevoren niet bedacht. Maar bij de pakken neer zitten, doen ze niet aan. Onze talenten gaan door! Valerie de Ridder en Lotte Visser gaan eind juni afstuderen in digitale vorm: films met amateurspelers, kinderen en poppen. Nieuwe theatermaker Rosalie-Anne heeft een film gemaakt van haar eindvoorstelling ‘Kijk je in mijn hoofd’ die niet gespeeld kon worden in maart/april. Deze wordt in september getoond en zo mogelijk gespeeld.

Geloof in jezelf
Lotte: “Mijn afstudeervoorstelling gaat over geloven. Geloven in jezelf, in een ander, in een religie, in kunst… Het zoeken naar houvast. Ik werk met vijf enthousiaste spelers met wie ik deze thema’s probeer te onderzoeken. Op dit moment repeteren we iedere week digitaal en geef ik de spelers steeds een opdracht mee. Ze maken bijvoorbeeld een filmpje, tekst of scène aan de hand van de thematiek. We reflecteren op de resultaten tijdens de digitale repetities en nemen die mee als materiaal. Zodra het weer mag, gaan we naar buiten en zetten we het verzamelde materiaal om in een voorstelling. Het wordt een theatrale route door de natuur waarin het publiek – uiteraard op 1,5 meter afstand – op zoek gaat naar houvast. Want hoe vind je houvast als de grond onder je voeten is weggeslagen? Hoe vind je die vaste grond weer terug in het nieuwe normaal?”

Hoe word je dapper?
Valerie: “Hoe word je dapper? Deze vraag ga ik met kinderen in de leeftijd van 6 tot en met 9 jaar onderzoeken. Het wordt een digitale voorstelling over de growth en de fixed mindset. Growth is de overtuiging dat je talent kunt ontwikkelen en fixed is de overtuiging dat je kwaliteiten vast staan. Via video’s en videobellen geef ik opdrachten aan mijn spelers en houd ik contact. Afgelopen week heb ik een videogesprek met de spelers gehad en ze waren enthousiast dat ze poppen van Theater Gnaffel mochten bespelen. Woensdag gaan we los en ik begin aan het laatste onderdeel van mijn opleiding Docent Theater (NHL-Stenden).”

Kijk je in mijn hoofd
Rosalie-Anne: “Je wordt geboren, je groeit op en voor je het weet ben je in gevecht met het leven. Totdat de tijd je inhaalt en je dwingt om stil te staan. ‘Ken je dat? Je raakt verstrikt in je gedachten en stikt door zoveel lucht. Ik snap niks van tijd en ik ben altijd bezig met ‘wat als’. Om nog maar te zwijgen over wat jij allemaal niet vindt. In ‘Kijk je in mijn hoofd’ ervaar je door een route op locatie mijn zoektocht naar ‘leven’. Via het kinderlijk verlangen naar een verlangen met een eind.’  

Drie vragen aan Els Hazenbos van STIP

Zeggen we op kantoor STIP dan hebben we het vaak over Els. Els Hazenbos doet de acquisitie en tourmanagement bij STIP theaterproducties en werkt al meer dan 23 jaar met ons samen. 

Wat doet STIP precies?
‘STIP theaterproducties is opgericht in 1987 en staat voor jeugd- en jongerentheater dat toegankelijkheid combineert met kwaliteit en diepgang. We zijn gespecialiseerd in de tourneeplanning van de beste jeugdtheatergezelschappen van Nederland en produceren zelf jonge en talentvolle jeugdtheatermakers. Een paar keer per jaar zitten we met Gnaffel om tafel. Dan bespreken we de voorstellingen, blikken terug en kijken vooruit. Welke voorstelling ligt er op de planken voor in de toekomst. Ik denk graag mee en adviseer waar nodig.’

Hoe zou je Gnaffel omschrijven? 
‘Jullie zijn een uniek gezelschap. Het poppenspel van Elout is heel bijzonder en ongeëvenaard. Elke voorstelling is mooi om te zien (heel beeldend) en geeft een bepaald inzicht mee als je het theater verlaat. Een troost, een lach, een aanleiding voor een goed gesprek. Dat is voor mij typisch Gnaffel.’

Op welke voorstelling verheug je je?
Oma, mag ik mijn pop terug vind ik een pareltje. Ik ben dan ook blij dat deze voorstelling in 2020/2021 in reprise gaat. Het is een prachtig verhaal met aan de ene kant die typische Gnaffel ambachtelijkheid van de poppen, in combinatie met een verhaal dat ergens over gaat. Volwassenen raken ontroerd en kinderen lachen. Het is een voorstelling waar zeker in families over wordt nagepraat. Dat is fantastisch als theater dat met mensen doet.’

Maar ik verheug me ook op jullie 4+ voorstelling Robin Hood. Die speelt straks door het hele land. Dat wordt genieten.

Gnaffel versus Kintsugi

Kintsugi (‘gouden verbinding’) is de Japanse kunst van het repareren van gebroken keramiek met goud. In de Japanse schoonheidsleer dragen de sporen van gebruik, breuk en herstel bij aan de schoonheid en waarde van een voorwerp.

Kintsugi benadrukt de barsten in een keramieken voorwerp en onthult zo een deel van zijn geschiedenis en benadrukt de schoonheid van imperfectie en vergankelijkheid.

Het voorwerp wordt zorgvuldig in ere hersteld, het verzoent zich met zijn verleden en wordt daardoor paradoxaal genoeg sterker, mooier en dierbaarder dan voor de breuk.

Theater Gnaffel wil de verhalen van kwetsbare, imperfecte en soms onopvallende mensen een podium geven. Hun verhalen laten je zien dat iedereen er toe doet. Want als je gezien wordt dan groei je. Een ode aan de kwetsbaarheid, aan alle buitenbeentjes, aan hen die niet worden opgemerkt.

Wij moedigen je aan het lef te hebben imperfect te zijn en je kwetsbaarheid te laten zien.

Lotte Visser over educatie Wees geen Vierkant

Wees geen Vierkant is de eerste Gnaffelproductie voor kinderen van 10 tot 14 jaar. De voorstelling wordt op festivals en in theaters gespeeld maar ook op scholen. Achter de schermen is hard gewerkt aan een aansluitend educatieprogramma. Het educatiemateriaal van Wees geen Vierkant bestaat uit verschillende podcasts, een superheld-ontwerp-opdracht en een ‘ik-ken-mezelf-heus-wel-spel’. Allemaal bedacht door Lotte Visser.

Even voorstellen
“Mijn naam is Lotte Visser en ik loop stage op de educatieafdeling van Theater Gnaffel. Ik mocht de educatie voor Wees geen Vierkant ontwerpen en ik heb dat met erg veel plezier gedaan. Ik werd vanaf het begin erg goed betrokken bij het maakproces en de repetities, zodat ik de educatie zo goed mogelijk kon laten aansluiten op de voorstelling. Ik wilde met de educatie bereiken dat de leerlingen, naast het bekijken en beluisteren van de voorstelling, ook zelf zouden kunnen ervaren waar de voorstelling over gaat. Ik heb ervoor gekozen om een podcast te maken die voorafgaand aan de voorstelling in de klas kan worden beluisterd, zodat leerlingen alvast een beetje kennis kunnen maken met de personages uit de voorstelling.

Educatiespel
Vervolgens bezoeken de leerlingen de voorstelling. Wanneer zij weer terug in de klas zijn, gaan ze met hun eigen leerkracht aan de slag met het ‘ik-ken-mezelf-heus-wel-spel’. Ik heb dit spel bedacht omdat ik wilde dat de leerlingen op zoek zouden gaan naar alle verschillende eigenschappen die zij bezitten, zoals Sofia en Amber dit ook doen in de voorstelling. Het spel bestaat uit 51 kaartjes met verschillende eigenschappen en symbolen en het is de bedoeling dat je jezelf èn je buurman of buurvrouw zo goed mogelijk leert kennen.

Superheld werkblad
Het derde en laatste onderdeel van de educatie is het ‘ontwerp jezelf als superheld’-werkblad. Een held kan veel dichterbij je staan dan je zelf denkt en je kan ook zelf een held worden, gewoon door te zijn wie je bent. De leerlingen maken kennis met vijf superhelden door te luisteren naar verschillende podcasts en gaan vervolgens aan de slag met het creëren van zichzelf als superheld.

Het ontwerpen van deze lessen was heel erg leuk om te doen en ik hoop dat de leerlingen er net zo veel plezier aan zullen hebben!”

Video Robin Hood (4+) – in 2020 in de theaters

Alleen gelaten, voor de deuren van een klooster, vindt een grote bruine beer Robin. Ze voedt hem liefdevol op in haar groene wereld, zonder grenzen en zonder macht. Een heerlijke wereld waarin iedereen gelijk is. Maar eenmaal in de mensenwereld aangekomen, blijkt dat het daar alles behalve eerlijk is. Prins Jan verhoogt elke dag de belastingen, zodat hij zelf gelukkiger wordt in zijn met geitenmelk gevulde zwembad.

Robin kan het niet langer aanzien en doet er alles aan om de mensen hun stem én geld terug te geven. Samen met koningsdochter Marian besluiten ze te vechten tegen Prins Jan. Ze stelen van de rijken en geven het terug aan de armen. Samen verzinnen de vrienden diep in het bos een geweldig plan om Prins Jan van zijn troon te stoten.

Een muzikaal poppenspel met muziek van Herman van Veen.
Klik hier voor Robin Hood bij jou in de buurt. 

Trailer: Oma, mag ik mijn pop terug? (6+)

Elke zondag gaat Fien met haar pop bij oma op visite. Ze doen spelletjes en eten koekjes. De koekjes zijn veel zachter dan bij Fien thuis.Fien ziet dat haar oma ouder wordt en steeds meer begint te vergeten. Wat als oma het allemaal niet meer kan onthouden? Dat ze haar eigen naam niet meer weet, of dat ze is vergeten dat ze je oma is?
Op een dag vergeet oma zoveel dat ze moet verhuizen naar een speciaal huis voor vergeetachtige opa’s en oma’s. Pop mag een nachtje bij haar logeren, maar als oma niet meer weet waar ze pop gelaten heeft, moet Fien in actie komen.

3 vragen aan.. Udo Thijssen

Udo Thijssen ontwerpt het decor voor de nieuwe voorstelling Het Wilde Westen van Calamity Jane, die op 4 februari 2017 in première gaat in Schouwburg Odeon in Zwolle. In deze ‘3 vragen aan…’ vertelt Udo over zijn ontwerp. Het eindresultaat is vanaf februari in de theaters te zien!

1. Kun je vertellen hoe zo’n proces van het ontwerpen van decor bij een voorstelling verloopt?
“Vaak begint het ontwerpen met het lezen van de toneeltekst. Ik zie dan welke scenes er zijn en wat er in die scenes nodig is aan spullen. Vervolgens praten de regisseur en ik over de voorstelling. Wat voor ideeën heeft zij allemaal? En wat voor een ideeën heb ik? We gaan dan ‘brainstormen’. Daarna ga ik op onderzoek uit. Ik zoek ter inspiratie plaatjes op in mijn kunstboekencollectie en zoek naar informatie op het internet over het Wilde Westen en Calamity Jane.

Als ik alles bij elkaar heb, ga ik aan de slag met een maquette. Vaak is dit een schetsmaquette. Ik maak dan een soort van doos die een theaterzaal is in het klein. Ik ga daar een beetje in werken met kleine stukjes hout, touw, karton en verf. Ook heb ik een klein poppetje dat ik gebruik en in het kleine theatertje zet om te zien of de verhoudingen met een mensfiguur nog wel kloppen. Die schetsmaquette is een beetje slordig, want het is een schets, maar geeft al gauw een goed idee van wat ik wil maken.

Met de schetsmaquette ga ik naar de regisseur en de decorbouwer om te zien wat zij vinden van de eerste kleine spullen die ik heb gemaakt. Als we erover hebben gepraat, begin ik opnieuw met een maquette, maar dan eentje die netjes is en het echte ontwerp gaat zijn. Ik maak alles opnieuw en voeg er decor en spullen aan toe. Ook hierbij houd ik telkens dat kleine poppetje naast de spullen die ik maak om de verhoudingen in de gaten te houden. Uiteindelijk is het ontwerp af en kan ik het tonen aan iedereen die meedoet aan de voorstelling.”

2. Dit is de maquette van het decor van Het Wilde Westen van Calamity Jane. Hoe kwam je op het idee voor dit ontwerp?
“Het verhaal speelt zich af in een theatertje en de voorstelling is ook te zien in het theater. Ik moest dus een theatertje maken voor in het theater. Hierbij ging ik uit van wat er te zien is achter de schermen van een theater en maakte dat tot een ontwerp voor op het speelvlak. De personages voeren ons in dat theater-in-een-theater al vertellend mee naar het Wilde Westen, dus probeer ik er ook voor te zorgen dat de spullen zo gebruikt worden dat ze het Wilde Westen kunnen voorstellen.”

3. Kun je de maquette nog iets verder toelichten?
“De regisseur wilde graag dat er spulletjes uit de lucht naar beneden konden zakken. Vandaar dat ik veel touwen gebruik in mijn ontwerp. Als versiering, maar ze kunnen ook gebruikt worden om dingen te laten zakken en op te hijsen.”